Bormio 2011, 7 t/m 11 sept.
(klik op de foto's voor de vergroting)
Dag 1: Woensdag 7 september
Dit jaar naar Bormio, een gebied dat al jaren op de lijst staat om naar toe te gaan en waar geen van ons echt bekend is. Ooit heb ik de Stelvio een keer beklommen vanuit Prato maar dat is minstens 13 jaar geleden. Vanwege de zwaarte van het programma zijn er op voorhand al een paar afvallers, dus we zijn met een kleine club. Robert zit al in Zwitserland en rijdt vandaag naar Bormio, Gert is zo aardig om ons ’s ochtends thuis op te pikken. Omdat we dus maar met z’n vieren zijn kunnen we met 1 auto.
De weersvoorspelling is prima, de rest van de week zo’n 23 graden, ideaal fietsweer dus. Alle grote en bekende cols staan de komende dagen op het programma, 2x Stelvio, de Gavia, de Mortirolo, de Foscagno, de Öfenpass en de Umbrail. Laat maar komen!
Goede reis gehad zonder oponthoud, het appartement ge-upgraded naar 8 personen (Chalet Stelle di Neve is perfect, veel voor weinig) en ’s avonds bij de buurman Agriturismo Rini gegeten, 7 gangen voor 30 euri inclusief de drank, heerlijk!
Dag 2: Donderdag 8 september. 2x Stelvio (zuid- en noordkant)
Na een Hollands ontbijt vertrekken we om half 10 voor de beklimmingen van de Stelvio (Stilfersjoch) vanuit Bormio en Prato. Infietsen is er niet bij want in Bormio gaat het meteen omhoog. De beide ‘jonkies’ en lichtgewichten Robert en Walter nemen onmiddellijk afstand en fietsen samen omhoog, Guus fietst alleen, Gert en Rob ook. De beklimming loopt lekker en is met 6,1 % niet te zwaar. In principe zouden we tot aan de afslag van de Passo Umbrail fietsen, 2,5 km onder de top, maar Robert, Walter en Guus tikken toch even de top van de Passo dello Stelvio aan. Vanaf de top moeten we dus een klein stukje dalen tot aan de afslag van de Passo Umbrail. In de afdaling is het koud omdat het miezert en we nemen eerst een bakkie in het restaurant op de top van Umbrail. Dan dalen we de Umbrail af tot in Santa Maria en daar slaan we rechtsaf en dalen we verder over een heerlijk strakke weg naar Prato. Daar lunchen we voordat we aan de Passo dello Stelvio vanaf de noordkant beginnen. Met 23,6 km, 7,6 % gemiddeld en bijna 1800 hm toch een stevige klim. Onderweg is het fraai langs de rivier, uitzicht op de gletscher en de beroemde 48 haarspeldbochten. Samen fietsen is er op een gegeven moment niet meer bij. Walter zit volledig stuk en wordt achtereenvolgens door de ‘oudjes’ Guus en Gert ingehaald. Robert zit al op de top, maar ook hij had het moeilijk door kramp in het laatste gedeelte. Na de groepsfoto snel naar beneden waar we een biertje drinken op het terras. Maître Gert maakt voor het avondeten een lekkere pasta. De multimedia doet het goed ’s avonds, waar zouden we heden ten dagen zijn zonder Iphone, laptop, WhatsApp, Garmin en WIFI? Gezellig… maar daardoor weten we wel waar we morgen aan toe zijn!
109 km / 3325 hm
Dag 3: Vrijdag 9 september, Passo Foscagno, Passo Eira, Passo del Fuorn, Passo Umbrail
Reveille: 07:30 uur, behalve voor Walter en Rob die blijven nog even liggen. Na een ontbijt met warme broodjes van de bakker en eieren met spek, gaan we om 09:45 uur op pad. Het belooft een mooie dag te worden, de zon schijnt al lekker en de temperatuur is goed. De eerste klim is de Passo Foscagno, een lekker lopende klim van 12 km en een hoogteverschil van ruim 1000 m. De verschillen op de top zijn uiteindelijk niet zo heel groot, iedereen heeft deze beklimming relatief rustig gefietst. Na een korte afdaling volgt nog een korte klim naar de Passo Eira. In de afdaling naar Livigno maken we wat filmpjes in het toeristische dorp gaan we lunchen. Heerlijke plek in de tuin van een hotel, zon en 25 graden. De 'pubers' een bordje soep, de mannen een lekkere pasta. De tocht wordt vervolgd langs het Lago di Livigno, een vlakke weg door vele tunnels. Wat een prachtige omgeving en het is hier op en top genieten. Aan het eind moeten we door de Strassentunnel Munt la Schera met een bike-shuttlebus omdat je als fietser niet door de tunnel mag. De bus gaat om de 45 minuten, wij hoeven slechts 5 minuten te wachten (de bus rijdt van 1 juni tot 11 september, we hebben dus mazzel). We worden door een chagrijnige Zwitser naar de andere kant vervoerd waar we halverwege op de Passo del Fuorn (Ofenpass) uitkomen die ons brengt tot 2149 m. Brede weg, veel doorgaand verkeer, niet echt mooi. We beginnen aan de laatste beklimming, de Passo Umbrail, 13 km tegen 8,5%. Het is warm en we zien er toch wat tegenop. Onderweg is het inderdaad zwaar; het begin is mooi maar steil met veel haarspeldbochten, daarna vlak het iets af tot aan een stuk van 2 km dat onverhard is. Dit stuk is wel prima te fietsen maar geeft ook extra weerstand en is steiler dan verwacht. Daarna wordt het zwoegen, de kilometers en hoogtemeters gaan tellen. Wat een relatieve rustdag moest zijn, was achteraf toch zwaarder dan verwacht. Na de afdaling van de Stelvio (> 80+) drinken we nog een biertje in het dorp en 's avonds weer (hetzelfde) 7-gangen menu bij de buren. Terug in het appartement de lengtes, de hoogtes en de percentages voor de volgende dag van de gevreesde Mortirolo en de Gavia doorgenomen. Stress…of zijn wij hier voor onze lol?
106 km / 2760 hm
Dag 4: Zaterdag 10 september, Passo del Mortirolo en Passo Gavia,
Normaal gesproken staat op de derde fietsdag de koninginnenrit op het programma maar vandaag is het D-day, de extreem zware Mortirolo gevolgd door de Gavia. We beginnen met pech, Robert gaat brood halen en komt met een lekke band van de auto terug. Naar de garage voor nieuwe banden wat allemaal tijd kost. Inmiddels is het half 11 en besloten wordt dat Gert, Rob en Guus alvast gaan en dat Walter op Robert wacht totdat hij terug is van de garage. Die twee klimmen toch veel sneller en zullen een hoop tijd goed maken op de Mortirolo. Vanaf Bormio is het veelal dalen richting Mazzo en we nemen de parallelweg naast de drukke doorgaande weg met z’n vele tunnels. Aan de voet van de Passo Mortirolo wacht een verrassing: we kunnen er niet door want ze zijn met de riolering bezig en de weg ligt open. Met wat kunst en vliegwerk banen we ons een weg door de bouwwerkzaamheden en kunnen we aan de klim beginnen. De eerste paar kilometers fietsen we met z’n drieën op reserve maar na het kerkje van St. Ateo wordt het het echte serieuze werk. Het is steil, wat the f..#@ is dit?!! Wat een killer! Er komen 4 km à 13,5% gemiddeld en het is harken en duwen omhoog. Elke haarspeldbocht aan de buitenkant om even de druk van de benen te halen. Hoewel de snelheid laag ligt, lukt het toch om in een goede cadans te klimmen. Na het hele steile gedeelte slingert het smalle weggetje onregelmatig omhoog. De laatste paar kilometer vlakken iets af en kan er “normaal” gefietst worden. Gert komt op een paar minuten achter Guus boven, Rob daar een paar minuten achter. Afvinken dit kreng. Als snel volgen Robert en Walter, zij hebben per ongeluk niet de officiële route genomen maar zijn in Grosio aan de klim begonnen (stuk gemakkelijker… en dat voor een stel klimgeiten). We dalen snel naar Monno om daar door het dal naar Ponte di Legno te fietsen om aan de Gavia te beginnen. Onderweg nog even een korte lunchstop. De Passo Gavia is 17,4 km tegen 7,8% gemiddeld en een hoogteverschil van 1363 m. De aanloop is rustig maar na een paar kilometer begint het serieuze werk. De weg wordt smaller en het percentage gaat naar zo’n 16%, de gedachten gaan even terug naar de Mortirolo. Na een km of twee zwakt het af en blijft het stijgingspercentage constant. De onverlichte tunnel bovenin is niet echt fijn, het is donker en bovendien steil. Daarna volgt nog een zwaar stuk van ruim 10%; het laatste stukje naar de top is gemakkelijk. We wachten lekker in het zonnetje in een ligstoel totdat iedereen boven is (waar het overigens landschappelijk bijzonder fraai is) en dan 25 km knallen met een max van 78 km/u naar Bormio. Daar aangekomen besluiten Robert en Walter om alvast te gaan rijden zodat ze morgen op tijd thuis zijn; Rob, Gert en Guus gaan ’s avonds heerlijk eten in een goed Italiaans restaurant.
Al met al viel het vandaag reuze mee, de conclusie was dat iedereen het gisteren zwaarder had gehad dan vandaag.
115 km / 2955 hm
Dag 5: Zondag 11 september, klimtijdrit naar Bormio 2000,
Vanuit het appartement is het uitzicht ’s ochtends prachtig: de zon schijnt volop en er hangt nog een beetje nevel tegen de bergen. We zijn vroeg opgestaan en nemen eerst een ontbijt in Café Mozart in Bormio met op de achtergrond muziek van… Van een klimtijdrit die normaal op het programma staat op de laatste dag is geen sprake, daarvoor zijn we met te weinig. Toch doen we de klim naar Bormio 2000, het skioord boven de stad. Gert gaat de koers in bocht 1 toch hard maken. Guus gaat mee en blijft op 100 m maar Rob haakt meteen af. Tot ruim 2 km onder de top blijft de situatie zo, dan gaat Gert schokken en is het voor Guus er op en er over. Hij eindigt met ruim een minuut voorsprong. Rob komt uiteindelijk op 10 minuten boven, de diesel was nog niet warm. Op het terras nog een bakkie in de stralende zon waar we nog een tijdje hadden willen blijven zitten, zomers warm, super! We dalen dezelfde weg naar Bormio, kunnen ons nog douchen in het appartement en dan zit het er weer op: arrivederci Bormio, we waren er graag!
25 km en 735 hm
Totaal: 355 km en 9775 hm
Maak jouw eigen website met JouwWeb